Hieronder worden enkel de H1-antagonisten besproken. H2-antagonisten (vb. cimetidine) die de HCL-secretie in de maag remmen, zijn niet als diergeneesmiddel beschikbaar. Indicaties
Antihistaminica worden aangewend bij allergische aandoeningen (jeuk, oedeem, bronchoconstrictie) en ter preventie van reisziekte. Voor de behandeling van anafylactische shock dient de voorkeur te gaan naar een behandeling met adrenaline en/of glucocorticoïden. Op de Belgische markt zijn twee combinatiepreparaten beschikbaar. Het ene is een combinatie van een H1-antagonist (hydroxyzine) met een glucocorticoïde. Het andere bevat naast de H1-antagonist (chlorfenamine maleaat) een morfinederivaat (remming van het hoestcentrum), een expectorans en efedrine (bronchodilatator). Deze laatste combinatie wordt als siroop toegediend voor de symptomatische behandeling van ademhalingsaandoeningen bij hond en kat (zie ademhalingsstelsel). Farmacodynamie
H1-antagonisten gaan in competitie met histamine voor de histaminereceptoren ter hoogte van de effectorcellen. De vrijstelling van histamine wordt niet beïnvloed. Ze hebben tevens antiseritonerge en anticholinerge activiteiten. Farmacokinetiek
Antihistaminica kunnen oraal of parentaal worden toegediend. Bij monogastrica worden deze stoffen na enterale toediening in het algemeen goed geresorbeerd. Dit is niet steeds het geval bij herkauwers. Hydroxyzine wordt in de lever gemetaboliseerd. Contra-indicaties
Contra-indicaties zijn prostaathypertrofie, obstructies ter hoogte van de blaashals, ernstige hartinsufficiëntie, gesloten hoekglaucoom en gastro-intestinale obstructies. Bijwerkingen
Nevenwerkingen zijn afhankelijk van individuele factoren (leeftijd, geslacht, diersoort, enz.), het type, de dosis en de galenische vorm van het gebruikte product. Deze nevenwerkingen manifesteren zich meestal onder vorm van slaperigheid (therapeutische dosis) of exitatie, gastro-intestinale en parasympaticolytische symptomen (hogere dosis). In sommige gevallen traden paradoxale allergische reacties op of werden teratogene effecten waargenomen. Interacties
In combinatie met andere stoffen die het centraal zenuwstelsel onderdrukken zoals bijvoorbeeld barbituraten of tranquilizers, kan een additief onderdrukkend effect op dit stelsel verwacht worden. De werking van anticholinerge stoffen kan eveneens versterkt worden. De vasoconstrictorische effecten van efedrine kunnen onderdrukt worden.. Voortplanting en lactatie
Bij overdosering werden teratogene effecten (hydroxyzine) bij proefdieren vastgesteld. Gebruik in het bijzonder tijdens het eerste trimester moet goed overwogen zijn. Er zijn geen gegevens bekend of hydroxyzine uitgescheiden wordt met de melk.