Indicaties
Groei-inhibitoren hebben geen effect op de volwassen vlo maar op haar nageslacht. Lufenuron heeft als injecteerbare vorm een werkingsduur van 6 maanden. De toediening van de orale vormen moet maandelijks herhaald worden. Er wordt aangeraden het dier een maand voor het vlooienseizoen te behandelen en de behandeling te herhalen volgens de gegevens uit de bijsluiter. Farmacodynamie
Bepaalde stoffen verstoren op een specifieke manier de ontwikkeling van de immature parasiet. Tot deze groep behoren de inhibitoren van de chitinesynthese zoals lufenuron dat behoort tot de familie van de benzoyluraten en dat actief is tegen vlooien. Deze stof veroorzaakt een inhibitie van de synthese van chitine dat deel uitmaakt van het exoskelet. De eiproductie zelf van de vlo wordt niet beïnvloed maar lufenuron dat door de vrouwelijke vlooien werd opgenomen tijdens een bloedmaaltijd bij het behandelde dier, tast wel transovariëel de zich ontwikkelende eieren aan. Lufenuron dat rijkelijk aanwezig is in de faeces van de vlo wordt opgenomen door de larve met de nefaste resultaten voor de parasiet als gevolg. Farmacokinetiek
Orale absorptie verbetert door lufenuron samen met het voeder of onmiddellijk na (binnen de 30 min) het voederen toe te dienen. Na absorptie uit het gastro-intestinaal stelsel of na parenterale toediening wordt lufenuron ter hoogte van het vetweefsel gestockeerd en geleidelijk vrijgesteld in het bloed, het voedsel van de volwassen vlo. Na subcutane injectie bij de kat zullen de werkzame plasmaspiegels bereikt worden na 21 dagen. Lufenuron wordt zonder metabolisatie via de gal weer uitgescheiden. De orale dosis ligt voor een zelfde werkzaamheid bij de kat hoger dan bij de hond. Contra-indicaties
De injecteerbare vormen met lufenuron niet toedienen aan honden (reactie tegen de hulpstof). Bijwerkingen
Lufenuron wordt goed verdragen, slechts in zeldzame gevallen kan lethargie optreden na de injectie. Na injectie kan een tijdelijke zwelling ter hoogte van de injectieplaats voorkomen. Interacties
Andere insecticiden (adulticiden) kunnen gelijktijdig met lufenuron worden toegediend. Voortplanting en lactatie
Lufenuron kan bij drachtige of lacterende dieren worden gebruikt. Puppies of kittens worden via de melk van het behandelde moederdier beschermd.