De natuurlijke oestrogenen oestron, oestradiol en oestriol, worden naargelang de diersoort gesynthetiseerd ter hoogte van de ovaria, de testes, de bijnieren en de placenta. Daarnaast bestaan er verschillende synthetische oestrogenen zoals het oestradiolcypionaat of -valeriaat, DES (diethylstilbœstrol), enz. In België is slechts één specialiteit met oestrogenen geregistreerd voor de behandeling van urineïncontinentie na ovariohysterectomie bij de teef (zie ook Geneesmiddelen met invloed op het urogenitaal stelsel).
Indicaties Hond
Behandeling van urine-incontinentie bij geovariëctomiseerde teefjes. Farmacodynamie
Ondanks een zelfde cellulair werkingsmechanisme en receptoraffiniteit bezit oestriol een kortere werkingsduur dan oestradiol. Dit is een gevolg van een snellere dissociatie van de receptoren en een snellere eliminatie van oestriol uit het lichaam. Oestriol is een kortwerkend, maar geen zwak oestrogeen. Dit zou een verklaring kunnen zijn voor de afwezigheid van uterotrope effecten. Binding van oestriol met de oestrogeenreceptoren in de distale gedeelten van het urogenitaal stelsel verbetert de sluitingsdruk van de urethra en verhoogt de blaascapaciteit. Farmacokinetiek
Bij de hond wordt oestriol na orale toediening snel geresorbeerd. De maximale plasmaconcentratie wordt reeds na 1 uur bereikt. Bij herhaaldelijke toediening treedt snel een steady state op. Accumulatie vindt niet plaats. Grote individuele verschillen in Cmax en AUC verklaren waarom de dosering van oestriol voor elk dier afzonderlijk zal moeten worden bepaald. De eliminatie gebeurt snel en voornamelijk via de nieren. Bijwerkingen
Vooral bij hogere doseringen kunnen de volgende, reversiebele, bijwerkingen voorkomen: vulvazwelling, vaginale uitvloei, gezwollen melkklieren, aantrekkelijkheid voor reuen en gedragsveranderingen. In zeldzame gevallen kan vaginaal bloedverlies optreden. De bijwerkingen verdwijnen na het verlagen van de dosis. Oestriol vertoont niet de typische bijwerkingen van andere oestrogenen zoals beenmergsuppressie of inductie van pyometra. Hoge dosissen oestrogenen kunnen leiden tot neoplasieën in de doelorganen die oestrogeenreceptoren bezitten zoals de melkklieren. Oestriol bezit in vergelijking met 17-beta-oestradiol echter geen of een zeer geringe carcinogeniciteit. Contra-indicaties
De toediening aan niet geovariëctomiseerde dieren of aan dieren met polyurie/polydipsie-syndroom. Dracht en lactatie
De onderstaande specialiteit is uitsluitend geïndiceerd voor de behandeling van geovariohysterectomiseerde teven.