Gonadotrofinen en geneesmiddelen die hun vrijstelling beïnvloeden
Zowel de mannelijke als de vrouwelijke geslachtsorganen worden beïnvloed door gonadoliberine dat gesecreteerd wordt ter hoogte van de hypothalamus (gonadotropin releasing hormone of GnRH, busereline, gonadoreline, desloreline, peforeline) en door de gonadotrope hormonen of gonadotrofinen FSH (follikel stimulerend hormoon) en LH (luteïniserend hormoon) die gesecreteerd worden door de hypofysevoorkwab. Twee andere hormonen van placentaire oorspong, die eveneens geregistreerd zijn in de diergeneeskunde, zijn PMSG (pregnant mare serum gonadotropin) dat ook eCG (equine chorionic gonadotropin) wordt genoemd en het hCG (human chorionic gonadotropin).
Specialiteiten met:
Humaan choriongonadotrofine - hCG
Serumgonadotrofine - PMSG (eCG)
GnRH busereline, gonadoreline, desloreline en peforelin
Lyofilisaat van pFSH en pLH
Combinatie van PMSG (eCG) en hCG

Indicaties
Paard, Rund, Varken, Kleine herkauwers , Carnivoren, Mannelijke dieren
Paard
- Follikelgroei en ovulatie. Toediening van hCG aan merries die in oestrus zijn en waarbij er zich op één van de ovaria een follikel bevindt van minstens 3 cm in doorsnede, leidt in de meeste gevallen tot ovulatie binnen 48 uur. Daarom kan een hCG-toediening zinvol zijn indien men verwacht dat de bronst en follikelgroei lang zullen aanslepen en/of wanneer men een merrie slechts éénmaal tijdens de betreffende cyclus wenst te insemineren. GnRH geeft bij deze indicatie minder goede resultaten dan hCG. Wat het gebruik van PMSG (of eCG) bij de merrie betreft liggen onvoldoende bewijzen voor dat hiermee een fertiele oestrus kan worden geïnduceerd..
Rund
Zowel hCG, als GnRH kunnen bij het rund voor dezelfde indicaties worden gebruikt. Beide producten geven vergelijkbare resultaten. De indicaties zijn:
- Cysteuze ovariële follikels. Zowel toediening van hCG, als GnRH veroorzaken luteïnisatie of ovulatie van de cyste(n). Is de therapie succesvol, dan treedt er 17 tot 24 dagen na de behandeling oestrus op. Beide producten werken zowel bij folliculaire als bij geluteïniseerde cysten.
- Inductie van de ovulatie. Na toediening van hCG of GnRH aan een koe in oestrus treedt ovulatie meestal binnen 24 uur op. Aangezien te late (verlate) ovulaties bij runderen betrekkelijk zelden optreden en er bovendien vooraf niet vastgesteld kan worden welke koeien te laat zullen ovuleren, dient het gebruik van hCG of GnRH voor deze indicatie niet aangemoedigd te worden. Tevens is gebleken dat verlate ovulaties min of meer toevallig optreden en bij een volgende oestrus niet meer voorkomen.
- Verhoging van het drachtigheidspercentage na een inseminatie of dekking. Er zijn zeer veel experimenten verricht waarbij hCG of GnRH werd toegediend op verschillende momenten na de inseminatie om na te gaan of het drachtigheidspercentage van een inseminatie verhoogd zou kunnen worden. De uiteenlopende resultaten van deze experimenten laten een éénduidige conclusie niet toe. Zeker is wel dat de toediening van hCG of GnRH aan koeien die voor de eerste of tweede keer postpartum worden geïnsemineerd geen zin heeft. In hoeverre toediening van hCG of GnRH aan herhaald opbrekende koeien (repeat breeders) zinvol is, valt nog te bezien.
PMSG (eCG) kan bij het rund worden aangewend voor:
- Superovulatie. In het kader van embryotransplantatie stimuleert PMSG (eCG) de folliculaire ontwikkeling. Wordt het product op het juiste moment toegediend dan komt het tot superovulatie van verscheidene follikels. Indien het betreffende dier is geïnsemineerd, kunnen 7 dagen later de embryo’s worden uitgespoeld.
- Superovulatie kan bij het rund ook plaatsvinden door het gebruik van de combinatie FSH en LH. De dieren moeten daartoe gedurende 4 dagen 2 keer daags in afnemende dosering met het product worden ingespoten.
Varken
De indicaties waarvoor bij het varken gebruik kan worden gemaakt van de combinatie hCG met PMSG (eCG) zijn:
- Oestrusinductie na het spenen. Deze combinatie stimuleert de ovariële folliculaire ontwikkeling. Oestrus treedt in de meeste gevallen 3 tot 7 dagen na toediening op.
- Anoestrus is de belangrijkste oorzaak van niet berig willen worden en wordt vooral aangetroffen bij primipare zeugen. Een injectie van hCG met PMSG (eCG) leidt bij de meeste zeugen na enkele dagen tot een fertiele oestrus. - Oestrussynchronisatie. Deze indicatie is minder aangewezen, omdat de synchronisatiegraad na behandeling minder goed is.
- Subfertiliteit en te kleine tomen. Indien men meent dat zeugen niet drachtig worden omdat er te weinig ovulaties optreden of omdat de toomgrootte te klein is vanwege te weinig ovulaties, kan overwogen worden dergelijke zeugen met de combinatie van PMSG (eCG) en hCG te behandelen.
- In die gevallen waar een combinatie van PMSG (eCG) en hCG onvoldoende resultaat geeft, kan PMSG (eCG) ook afzonderlijk worden gebruikt in een hogere dosering voor oestrusinductie en voor de behandeling van anoestrus bij gelten of primipare zeugen. Het hCG kan bij het varken worden gebruikt voor dysgalactia postpartum. Deze indicatie is echter onvoldoende onderbouwd en behoeft nader onderzoek.
Kleine herkauwers
Bij schapen en geiten kan met hCG toegediend tijdens de oestrus, een ovulatie worden opgewekt. Het is niet duidelijk in hoeverre dit zinvol is. Het PMSG (eCG) kan worden ingezet voor de volgende indicaties:
- Verhoging van de fertiliteit en van de worpgrootte na een progestagene voorbehandeling. Toediening van PMSG (eCG) op het moment dat de spons wordt verwijderd, leidt tot een beter drachtigheidspercentage en tot een gemiddeld grotere worp.
- Oestrusinductie bij ooien of geiten in anoestrus. Mogelijk kan met PMSG (eCG) de ovariële follikelactiviteit zodanig worden gestimuleerd dat de dieren in oestrus komen. De met deze therapie verkregen resultaten behoeven een betere onderbouwing.
Carnivoren
- Inductie van een ovulatie. Het gebruik van hCG wordt aanbevolen voor de behandeling van nymfomanie waarvan de oorzaak ovariëel gebonden is (aanwezigheid van follikelcysten of achtereenvolgende follikkelgolven die elkaar snel opvolgen). Deze indicatie is vooral aangewezen bij de kat en de fret, twee species met een geïnduceerde ovulatie.
- Na toediening van hCG kan na het meten van het oestrogeen- of testosterongehalte in het plasma een onvolledig verwijderd ovarium of een intra-abdominale testis worden vastgesteld. Interpretatie van deze test dient met de nodige voorzichtigheid te gebeuren.
- Bij het uitblijven van de pubertijd na de leeftijd van 2 jaar of bij een verlengde anoestrus (wanneer de loopsheid achterwege blijft gedurende een periode equivalent aan de duur van twee cycli). Soms wordt/werd aangeraden om PMSG (eCG) bij de teef te combineren met een zeer lage dosis oestrogenen, om de loopsheid te introduceren. Oestrogenen kunnen bij de teef ernstige bijwerkingen introduceren waardoor hun gebruik dient te worden vermeden. Bij de kat is een enkelvoudige dosis van PMSG (eCG) effectief.
Mannelijke dieren
- Toediening aan mannelijke dieren stimuleert de cellen van Leydig. Daardoor stijgt de testosteronproductie en zou de libido en/of fertiliteit van het betreffende dier kunnen verbeteren. Bepaalde publicaties melden het toedienen van hCG aan pups met chryptorchidie onmiddellijk na de partus waarbij de afdaling van de testis gestimuleerd wordt door de verhoogde testosteronproductie. - Desloreline is een synthetisch analoog van GnRH dat toegediend aan honden (reuen) aan kleine continue dosissen de synthese en vrijstelling van FSH en LH onderdrukt. Toediening van desloreline (als inplantaat) aan gezonde volwassen reuen veroorzaakt een tijdelijke en omkeerbare infertiliteit. Deze treedt op 6 weken na de eerste behandeling en duurt minimum 6 maand. 
Farmacodynamie
GnRH, een decapeptide vrijgesteld door de hypothalamus, stimuleert de secretie van hypofysaire gonadotrofinen. De synthetische derivaten gonadoreline en busereline hebben gelijkaardige eigenschappen. LH en FSH beïnvloeden de gametogenese en de productie van geslachtssteroïden in de testes en de ovaria. Het hCG en het PMSG (eCG) die gesynthetiseerd worden in het lichaam van respectievelijk de zwangere vrouw en de drachtige merrie bezitten een gonadotrofe activiteit. Het hCG bezit uitsluitend een LH-werking, het eCH bezit naargelang de diersoort zowel een FSH- als een LH-werking (bij het paard enkel een LH-werking).
Farmacokinetiek
GnRH (synthetisch of natuurlijk) worden gekenmerkt door een zeer korte halfwaardetijd. De werking treedt zeer snel op. De maximale plasmaconcentraties van LH en FSH treden na 0.5 h (iv), resp. 2 h (im) op. De halfwaardetijden van FSH en LH zijn iets langer. Deze hormonen worden vnl. in de lever afgebroken en via de nieren uitgescheiden.
Contra-indicaties
GnRH-gebruik bij koeien met een hoog risico op bacteriële contaminatie van de uterus dient vermeden te worden 14 tot 18 d post partum. Ovulatie gevolgd door de vorming van het corpus luteum en de productie van progestagenen bevordert de bacteriële groei in de uterus en kan leiden tot ernstige endometritis.
Bijwerkingen
De intraveneuze of intramusculaire toediening van gonadotrofinen kan eventueel leiden tot allergische reacties die kunnen behandeld worden met adrenaline en corticoïden. Gonadotrofinen leiden tot een verhoogd aantal ovulaties, met soms ovariële cysten als complicatie. Het is van groot belang de posologie te respecteren om de gewenste effecten te verkrijgen en om nevenwerkingen te vermijden. Er dient te worden opgemerkt dat de gebruikte dosissen voor bepaalde diersoorten empirisch worden bepaald en dat deze stoffen met de nodige voorzichtigheid moeten worden gebruikt.
Voorzorgen bij het gebruik
Het herhaaldelijk en ongeoorloofd gebruik van gonadotrofines kan aanleiding geven tot immunisatie niet enkel tegen exogene gonadotrofinen, maar eveneens, door kruisreacties, tegen endogene gonadotrofinen. Deze reacties kunnen dan aanleiding geven tot een reductie van de werkzaamheid van de behandeling of zelfs tot een verminderde fertiliteit. Gonadoliberinen bezitten dit nadeel niet door hun laag moleculair gewicht en het feit dat hun structuur heel sterk gelijkt op het endogeen GnRH. Wanneer voorzichtigheid geboden is of wanneer meerdere injecties moeten worden toegediend, kan aan deze stoffen de voorkeur worden gegeven. Toch kan desensibilisatie van de hypofysereceptoren en dus een verminderde reactie op het GnRH, optreden wanneer talrijke injecties met een kort dosisinterval (enkele uren) worden toegediend.
Voortplanting en lactatie
Het gebruik van deze stoffen is niet aangewezen tijdens de dracht.

Humaan choriongonadotrofine - hCG
- CHORULON (Intervet)
- choriongonadotrofine (HCG): 1.500 IE/ml
- lyofilisaat voor oplossing voor injectie im, iv
- Posologie:
- Eq: inductie ovulatie: 1500 - 3000 IE (iv)
anoestrus: 1500 - 300 IE (im, iv) eventueel herhalen na 48 h Bo: inductie ovulatie: 1500 IE (im, iv) cysteus ovarium syndroom: 3000 IE (iv) Ca: anoestrus: 500 IE pd (eerste 10 d bronst) (iv, im), voorbehandelen met PMSG laattijdige ovulatie, verlengde bronst: 100 - 500 IE pd (im) (tot vaginale uitvloei is verdwenen) cryptorchisme: 2 x/w 100 - 500 IE (6 w) (im) verhogen geslachtsdrift: 100 - 500 IE (im) (6-12 h voor dekken) - Wachttijd: 0 d
- lyofilisaat 5 x 1.500 IE + 5 x 5 ml oplosmiddel
- R/

Serumgonadotrofine - PMSG (eCG)
- FOLLIGON (Intervet)
- serumgonadotrofine (PMSG): 1.000 IE
- lyofilisaat voor oplossing voor injectie sc, im
- Posologie:
- Eq: anoestrus, oestrusinductie: 1.000 - 2.000 IE
Bo (im): superovulatie: 1500 - 3000 IE anoestrus: 500 - 1000 IE stimulatie fertiliteit (na progestagenen): 300 - 750 IE Su: anoestrus : 200 - 800 IE (met HCG) Ov, Capr: oestrusinductie, -synchronisatie (na progestagenen): 400 - 700 IE Ca: anoestrus, oestrusinductie: 500 IE of 20 IE/kg pd (10 d) (hCG op dag 10) konijn (im, sc): anoestrus, oestrusinductie, superovulatie: 40 IE - Wachttijden: 0 d
- lyofilisaat 1.000 IE + 1 fles oplosmiddel
- R/

GnRH busereline, gonadoreline, desloreline en peforelin
- FERTAGYL (Intervet)
- gonadoreline: 0,1 mg/ml
- oplossing voor injectie im
- Posologie:
- - Bo:
cyst ovaria: 0,5 mg verbeterde bevruchting bij K.I.: 0,25 - 0,5 mg verbeterde vruchtbaarh bij mid-cyclus: 0,25 - 0,5 mg verbeterde vruchtbaarh post partum: 0,1 - 0,25 mg - konijn: inductie ovulatie: 0,02 mg op 2de d na werpen - Wachttijd: 0 d
- fles 5 ml
- R/
- MAPRELIN (Veyx-Pharma) - Bijsluiter via HMA -
- peforelin: 75 mcg/ml
- oplossing voor injectie im
- Posologie:
- primipare zeug: 37,5 mcg/dier (24 h na spenen)
multipare zeug: 150 mcg/dier (24 h na spenen) gelt: 150 mcg/dier (48 h na medicatie voor inhibitie van cyclus) - Vlees + organen: 0 d
- fles 50 ml
- R/
- OVARELIN (CEVA Santé Animale) - Bijsluiter via HMA -
- gonadoreline (diacetaat): 50 mcg/ml
- oplossing voor injectie im
- Posologie:
- Bo: 100 mcg/dier
- Vlees + organen: 0 d, Melk: 0 h
- fles 4 ml en 10 ml
- R/
- RECEPTAL (Intervet)
- busereline-acetaat: 0,0042 mg/ml
- oplossing voor injectie iv, im, sc
- Posologie:
- Eq: 5 - 10 ml
Bo: 2,5 - 5 ml konijn: 0,2 ml - Vlees:Eq: Bo, konijn 0 d, Melk: Bo: 0 d
- fles 5 x 10 ml
- R/
- SUPRELORIN 4,7 mg implantaat honden (Cyton Biosciences) - Bijsluiter via EMEA -
- desloreline (acetaat): 4,7 mg
- implantaat sc
- Posologie:
- Ca (reu): 1 implantaat/dier
Infertiliteit treedt op 6 w na begin behandeling en duurt min 6 m - implantaat 2, 5
- R/

Lyofilisaat van pFSH en pLH
- PLUSET (Lab Calier)
- follikelstimulerend hormoon (FSHp): 500 IE/fles
luteďniserend hormoon (LHp): 500 IE/fles - poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie im
- Posologie:
- Bo (geslachtsrijpe vrouwelijke dieren): totale dosis van 800 tot 1000 IE in afnemende dosering, in 4 - 5 d
- Vlees: 0 d, Melk: 0 d
- 2 flesjes gevriesdroogd product + 1 x 21 ml oplosmiddel
- R/
- STIMUFOL (Université de Ličge)
- follitropine: 0,5 mg
lutropine: 0,1 mg - lyofilisaat voor oplossing voor injectie im
- Posologie:
- De dosis wordt verdeeld over 4 d (2 injecties pd)
Bo: 0,45 - 0,5 mg pFSH vaars: 0,32 - 0,36 mg pFSH - Wachttijd: 0 d
- fles lyofilisaat + 10 ml oplossing
- R/

Combinatie van PMSG (eCG) en hCG
- FERTIPIG (CEVA Santé Animale)
- equine serumgonadotrofine (PMSG): 80 IE/ml
choriongonadotrofine (hCG): 40 IE/ml - lyofilisaat voor oplossing voor injectie im
- Posologie:
- zeug: 400 IE PMSG + 200 IE hCG per dier binnen 24 h na spenen
- Wachttijd: 0 d
- flacon 1 x 10 ml lyofilisaat + 1 x 25 ml diluens (5 dosissen)
- R/
- GESTAVET 3000 (Hipra Lab)
- serumgonadotrofine (PMSG): 2000 IE
choriongonadotrofine (hCG): 1000 IE - poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie im
- Posologie:
- zeug: 400 IE PMSG + 200 IE hCG (0 of 2 d na het spenen)
- Vlees + organen: 0 d
- 10 flesjes poeder + 10 flesjes oplosmiddel (25 ml/flesje)
- R/
- GESTAVET 600 (Hipra Lab)
- serumgonadotrofine (PMSG): 400 IE
choriongonadotrofine (hCG): 200 IE - poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie im
- Posologie:
- zeug: 400 IE PMSG + 200 IE hCG (0 of 2 d na het spenen)
- Vlees + organen: 0 d
- 5 flesjes poeder en 5 flesjes oplosmiddel (5 ml/fles)
- R/
- PG-600 (Intervet)
- choriongonadotrofine (hCG): 200 IE/dosis
serumgonadotrofine (PMSG): 400 IE/dosis - lyofilisaat voor oplossing voor injectie sc, im
- Posologie:
- Su: 1 dosis (5 ml)/dier
- Vlees: 0 d
- fles 1 x 5 dosissen + 1 fles diluens (25 ml)
5 x 1 dosis + 5 flessen diluens (5 ml) - R/

|