Rehydratantia
Rehydratantia voor oraal gebruik
Rehydratantia voor parenteraal gebruik
Indicaties
Deze geneesmiddelen worden gebruikt voor het corrigeren van stoornissen in de waterbalans en in het elektrolyten-, zuur-base- of energetisch evenwicht. Deze stoornissen kunnen optreden bij diverse pathologieën zoals bijvoorbeeld neonatale diarree bij kalveren. Bij het kalf kunnen orale rehydratantia met een zuigfles of met een sonde worden toegediend.
Farmacodynamie
Exogene aanvoer van kalium gaat de vermindering van de intracellulaire kaliumconcentratie tegen. Een intracellulaire kaliumdaling kan echter, bijvoorbeeld bij acidose, gepaard gaan met een hyperkaliëmie. Dit sluit een directe supplementatie van kalium, zeker via intraveneuze weg, uit. Alkaliniserende agentia kunnen worden toegediend onder vorm van bicarbonaat of als precursor van bicarbonaat (citraat, propionaat, acetaat en lactaat). Deze precursoren veroorzaken minder bruuske en minder langdurige effecten in vergelijking met natriumbicarbonaat dat een sterke pH-stijging veroorzaakt en op die manier de voordelen van een lichte acidose verhindert. Het nadeel van deze precursoren is dat ze ter hoogte van de lever of de perifere weefsels moeten worden gemetaboliseerd. De combinatie van de twee types alkaliniserende middelen lijkt verantwoord. De preparaten die in de handel zijn, verschillen in hun alkaliniserend vermogen. Deze verschillen kunnen in overweging worden genomen bij de therapeutische keuze. Glucose, lactose of lactoserum verzekeren een zekere calorietoevoer. Deze wordt dikwijls gelimiteerd door de reële behoeften van het dier.
Farmacokinetiek
In functie van de klinische toestand van het dier worden rehydratantia parenteraal (voornamelijk intraveneus) of peroraal toegediend. Bij rehydratatie houdt men rekening met het bestaande vochttekort, de dagelijkse behoefte en een toekomstig vochtverlies. Intestinale absorptie van water is voornamelijk afhankelijk van de absorptie van natrium. Bestanddelen zoals glucose en glycine bevorderen de intestinale absorptie van natrium.
Contra-indicaties
Orale rehydratatie van dieren met ileus is gecontraïndiceerd. Om oedeem te vermijden geldt dit eveneens voor dieren met een vermoeden van nierinsufficiëntie.
Interacties
Een simultaan gebruik van bepaalde orale rehydratantia en voeders die tetracyclines bevatten, dient te worden vermeden. Het samen toedienen van orale rehydratantia die bicarbonaat of citraat bevatten met de melk kan de verteerbaarheid van de melk aantasten.

Rehydratantia voor
oraal gebruik
Tabel 1: Kwalitatieve en kwantitatieve
samenstelling van rehydratantia voor oraal gebruik
| |
Effydral |
Eurolectrol |
Lactolyte |
Na+ (mEq/l) |
120 |
100 |
77 |
Cl- (mEq/l) |
55 |
75 |
55 |
K+ (mEq/l) |
15 |
|
32 |
Ca2+ (mEq/l) |
Ca2+ |
Ca2+ |
3 |
Mg2+ (mEq/l) |
|
10 |
3 |
Bicarbonaat (mEq/l) |
60 |
35 |
|
Propionaat (mEq/l) |
|
|
10 |
Acetaat (mEq/l) |
|
|
30 |
Citraat (mEq/l) |
20 |
|
|
Glucose (mmoles/l) |
|
99 |
|
Lactose (mmoles/l) |
90* |
|
** |
Glycine (mmoles/l) |
30 |
|
|
* 90 mol lactose zijn
equivalent aan 180 mol glucose
** 38.44 g lactoserum /l,
genereert 105 Kcal/l
- EFFYDRAL (Pfizer A.H.)
- natriumchloride: 2,34 g
kaliumchloride: 1,12 g natriumhydrocarbonaat: 6,72 g watervrij citroenzuur: 3,84 g lactose: 32,44 g glycine: 2,25 g - bruistablet po in het drinkwater
- Posologie:
- 1 tabl/l water
kalf: 2 x pd 2 - 3 l/dier (2 d, indien nodig 4 d), daarna 1 - 1,5 l Effydral opl + 1 - 1,5 l melk of kunstmelk - Vlees: 0 d
- tabl 48
- EUROLECTROL (Eurovet)
- natriumchloride: 152 mg/g
kaliumchloride: 17,6 mg/g natriumbicarbonaat: 117, 6 mg/g glucose: 711, 8 mg/g - poeder po (in het drinkwater)
- Posologie:
- Eq, Bo, Su, Ov, Capr, Ca, Fe:
25 g poeder/l water/10 kg LG pd (in 3 - 5 x) - Wachttijd: 0 d
- poeder 1 kg, 5 kg
- LACTOLYTE (Virbac)
- weipoeder: 76,88 g/90 g
watervrij natriumacetaat: 4,9 g/90 g watervrij natriumpropionaat: 1,92 g/90 g watervrij natriumchloride: 2,92 g/90 g watervrij kaliumchloride: 0,74 g/90 g watervrij magnesiumchloride: 0,38 g/90 g monokaliumfosfaat: 1,36 g/90 g - poeder po in het drinkwater
- Posologie:
- Bo (kalf): 2 x pd 90 g poeder/2 l water (2 - 3 d)
- Vlees: 0 d, Melk: 0 d
- poeder 8 x 90 g
1 x 900 g

Rehydratantia voor parenteraal gebruik
Tabel 2: Kwalitatieve en kwantitatieve samenstelling
van rehydratantia voor parenteraal gebruik
| |
Fysiologische zoutoplossing |
Lactetrol |
Na+ (mEq/l) |
154 |
143,5 |
Cl- (mEq/l) |
154 |
110,5 |
K+ (mEq/l) |
|
5 |
Ca2+ (mEq/l) |
|
5 |
Mg2+ (mEq/l) |
|
2 |
Lactaat (mEq/l) |
|
90 |
Bicarbonaat (mEq/l) |
|
|
Acetaat (mEq/l) |
|
|
Glucose (mEq/l) |
|
0 |
Osmolaliteit (mOsm) |
308 |
355 |
- B.BRAUN VET CARE hypertonic NaCl opl (B. Braun Vet Care)
- natriumchloride: 7,5 g/100 ml
- oplossing voor infusie iv
- Posologie:
- Eq, Bo, Su, Ov, Capr, Ca, Fe: 3 tot 5 ml/kg LG in 15 minuten (1 ml/kg/min),
gevolgd door infusie isotone oplossing - Vlees + organen: 0 d, Melk: 0 h
- fles 10 x 500 ml
- R/
- B.BRAUN VET CARE Ringer Lactate Hartmann opl (B. Braun Vet Care)
- natriumchloride: 0,600 g/100 ml
kaliumchloride: 0,040 g/100 ml calciumchloride dihydraat: 0,027 g/100 ml natrium(S) lactaat: 0,312 g/100 ml - oplossing voor infusie iv
- Posologie:
- Eq, Bo, Su, Ov, Capr, Ca, Fe: 5 - 25 ml/kg/h
(aanbevolen 15 ml/kg/h, aan te passen igv shock) - Vlees + organen: 0 d, Melk: 0 h
- fles 10 x 500 ml of 10 x 1000 ml
- R/
- FYSIOLOGISCHE ZOUTOPLOSSING (Eurovet)
- natriumchloride: 9 mg/ml
- oplossing voor injectie iv, sc
- Posologie:
- Eq, Bo, Su, Ca, Fe:
richtdosis onderhoud eerste 4 - 6 h: 100 - 150 ml/kg LG, volgende 20 - 24 h: 50 - 100 ml/kg - Wachttijd: 0 d
- fles 500 ml
- R/
- LACTETROL (Eurovet)
- natriumchloride: 5,76 mg/ml
kaliumchloride: 0,37 mg/ml calciumchloride: 0,37 mg/ml magnesiumchloride: 0,20 mg/ml natriumlactaat: 10,08 mg/ml - oplossing voor injectie iv, ip, sc
- Posologie:
- Eq, Bo, Su, Ov, Capr, Ca, Fe: 30 - 50 ml/kg pd (zo nodig herhalen)
- Wachttijden: 0 d
- fles 500 ml
- R/

|