Indicaties
Itraconazol, een synthetisch breedspectrum triazole, bezit een hoge activiteit tegen dermatofyten en andere schimmels. Farmacodynamie
Triazoles verstoren (net als imidazoles zoals ketoconazole) de cytochroom P450-afhankelijke ergosterolsynthese, met beschadiging van de fungimembranen als gevolg. Hun werking is fungistatisch. Farmacokinetiek
Itraconazol wordt oraal goed geresorbeerd en bindt in hoge mate met de plasmaeiwitten. Tijdens de behandeling worden hoge concentraties ter hoogte van de huid opgemerkt. De uitscheiding gebeurt in hoofdzaak via de faeces. Bijwerkingen
In vergelijking met andere moleculen uit deze farmacotherapeutische groep, reageert itraconazole in mindere mate met het cytochroom P450, wat de goede tolerantie van dit geneesmiddel bij het doeldier verklaart. De meest voorkomende bijwerkingen zijn braken, diarree, anorexie, speekselen, depressie en apathie. Ze zijn gewoonlijk mild en van voorbijgaande aard. Katten die in een slechte algemene toestand verkeren of die lijden aan een bijkomende aandoening zijn gevoeliger voor bijwerkingen en moeten tijdens de behandeling met itraconazol nauwlettend worden opgevolgd. Interacties
De plasmaconcentraties van bepaalde geneesmiddelen kunnnen gezien de mogelijke interactie van itraconazol met cytochroom P450, gewijzigd worden. Voorzorgen bij het gebruik
Katten die in een slechte algemene toestand verkeren of die lijden aan een bijkomende aandoening zijn gevoeliger voor bijwerkingen en moeten tijdens de behandeling met itraconazol nauwlettend worden opgevolgd. Ook katten met hartkwalen moeten zorgvuldig worden opgevolgd. Voortplanting en lactatie
Het gebruik bij drachtige of lacterende dieren wordt afgeraden.