Indicatie
Symptomatische behandeling van pyrexie en pijn. Paracetamol bezit geen anti-flogistische werking. Farmacodynamie
Tot nu toe werd aangenomen dat paracetamol (acetaminophen) een zwakkere binding aangaat met COX 1. Recente onderzoeken brachten echter meer verwarring dan opklaring over welke COX-variant betrokken is in de werking van paracetamol. Vast staat dat paracetamol een koortswerende en pijnstillende werking heeft, zonder de klassieke gastro-intestinale bijwerkingen te vertonen van de andere NSAID’s. Farmacokinetiek
De biologische beschikbaarheid ligt rond 75 %. De metabolisatie gebeurt hoofdzakelijk door de lever. Eliminatie gebeurt hoofdzakelijk door de nier. Contra-indicaties
Gekende hypersensibiliteit tegen paracetamol, nier- en leverinsufficientie. Bijwerkingen
Zie NSAID's. Interacties
Gelijktijdige toediening met nefrotoxische stoffen moet worden vermeden. Voorzorgen bij het gebruik - Voortplanting en lactatie
Zie NSAID's .