Geneesmiddelen van het uro-genitaal stelsel
Geneesmiddel met als indicatie urinaire incontinentie bij de hond
Efedrine
Indicatie
Efedrine is een sympaticomimeticum dat voornamelijk gebruikt wordt voor de behandeling van urine-incontinentie veroorzaakt door hypotonie ter hoogte van het urethrale sphinctermechanisme bij vrouwelijke honden na ovariohysterectomie.
Farmacodynamie
Efedrine stimuleert alfa- en beta-adrenerge receptoren en de vrijgifte van catecholaminen uit de sympathische neuronen. Efedrine heeft ook centrale effecten. Efedrine veroorzaakt contractie van de interne urethrale kringspieren en een ontspanning van de blaasspieren door een sympathicomimetische actie op perifere adrenerge receptoren.
Farmacokinetiek
Efedrine wordt snel geabsorbeerd en de biologische beschikbaarheid is hoog. Efedrine wordt uitgebreid verdeeld over het lichaam. Efedrine gaat doorheen de bloed-hersen-barrière. Demethylering naar norefedrine is de belangrijkste metabole weg. Binnen 48 uur is 80-90% van de toegediende dosis via urinaire excretie geëlimineerd, mits de zuurgraad van de urine hoog is.
Contra-indicaties
Glaucoom en overgevoeligheid voor efedrine. De toediening aan honden met cardiovasculaire problemen kan pas na een uitgebreide risico-baten analyse. Niet gebruiken bij honden met een lichaamsgewicht van minder dan 20 kg. Honden met cardiovasculaire problemen, een partiële urethra obstructie, hypertensie, diabetes mellitus, hyperadrenocorticisme, hyperthyroïdisme of andere metabole aandoeningen, moeten tijdens de behandeling nauw opgevolgd worden.
Bijwerkingen
Cardiovasculaire effecten (tachycardie, atriumfibrillatie, stimulatie van de hartactiviteit en vasoconstrictie), stimulatie van het centrale zenuwstelsel (slapeloosheid, excitatie, angst en spiertrillingen), hijgen, mydriasis, cystitis, bronchodilatatie met verminderde slijmproductie, afname van darmwandmotiliteit en -tonus.
Bijwerkingen eigen aan de werking van efedrine treden vaak op, meestal zijn dit cardiovasculaire effecten en angst.
Interacties
Interacties met andere sympathicomimetica kunnen optreden. Efedrine kan het glucocorticoïden-metabolisme versnellen. Gelijktijdig gebruik met MAO-remmers kan hypertensie veroorzaken. Efedrine kan de activiteit van producten van dezelfde klasse als theophylline versnellen. Inhalatie-anaesthetica kunnen de gevoeligheid van het myocard voor de cardiovasculaire effecten van efedrine vergroten. Gelijktijdig gebruik met cardiale glycosides, quinine en tricyclische antidepressiva kan arithmieën tot gevolg hebben. Vasculaire constricties kunnen voorkomen na gelijktijdig gebruik met ergot-alkaloïden en oxytocine. Stoffen die de pH van de urine kunnen verhogen, kunnen de excretie van efedrine vertragen, terwijl stoffen die de pH van de urine verlagen de excretie van efedrine kunnen versnellen.
Voorzorgen bij het gebruik
Zwangere vrouwen dragen best handshoenen tijdens het manipuleren van het product. De bijsluiter besteedt tevens bijzondere aandacht aan de risico’s die verbonden zijn bij orale opname in het bijzonder bij kinderen.
Voortplanting en lactatie
De veiligheid van het product is niet vastgesteld bij dracht en lactatie.
- ENURACE 10 (Ecuphar)
- efedrine hydrochloride: 10 mg/tabl
- tablet po
- Posologie:
- Ca (LG van 5 tot 20 kg): doseren op effect, startdosis: 2 mg/kg pd (in 2 giften), max 5 mg/kg
- tabl 60
- R/
- ENURACE 50 (Ecuphar)
- efedrine hydrochloride: 50 mg
- tablet po
- Posologie:
- Ca (LG > 20 kg): doseren op effect, startdosis: 2 mg/kg pd (in 2 giften), max 5 mg/kg
- tabl 1 x 50
- R/

Fenylpropanolamine
Indicaties
Behandeling van urine-incontinentie bij geovariëctomiseerde teefjes.
Farmacodynamie
De farmacodynamische werking van dit sympaticomimeticum is een stimulatie van de urethrareceptoren die voornamelijk adrenergisch van aard zijn. Hierdoor ontstaat er een verhoging en een stabilisatie van de sluitingsdruk van de urethra.
Farmacokinetiek
Fenylpropanolamine wordt oraal toegediend. De biologische beschikbaarheid is groter bij toediening aan nuchtere honden.
Contra-indicaties
Behandeling van gedragsstoornissen die gekenmerkt worden door ongepast urineren. Zie ook Interacties.
Bijwerkingen
Sympaticomimetica kunnen vele bijwerkingen hebben (cardiovasculair, gastro-enteraal) ten gevolge van de prikkeling van het sympatisch zenuwstelsel. Voorzichtigheid is geboden bij de toediening van fenylpropanolamine aan dieren met cardiovasculaire aandoeningen, lever- en nierinsufficiëntie, diabetes mellitus, hyperadrenocorticisme, glaucoom, hyperthyroïdie en andere metabole stoornissen.
Interacties
Sympaticomimetica verhogen de toxiciteit van FPA. Niet toedienen met anticholinerge stoffen. Een interval van 2 weken zou moeten in acht worden genomen indien men FPA wil toedienen aan dieren die eerder behandeld werden met MAO-remmers. Indomethacine (of andere NSAID’s), reserpine en tricyclische antidepressiva kunnen samen met FPA het risico op bloedrukstijging verhogen. Cyclopropaan of gehalogeneerde hydrocarbonanaesthetica toegediend met FPA verhogen het riscio op aritmiën.
Voorzorgen bij het gebruik
De behandeling dient te gebeuren nadat andere mogelijke oorzaken van urine-incontinentie, zoals anatomische afwijkingen en gedragsstoornissen zijn uitgesloten. Het uitvoeren van een goed klinisch onderzoek is bijgevolg zeer belangrijk.
Voortplanting en lactatie
De toediening tijdens dracht of lactatie is gezien de indicatie niet van toepassing.
- PROPALIN SIROOP (Vétoquinol)
- fenylpropanolamine hydrochloride: 50 mg/ml
- siroop po
- Posologie:
- Ca: 1 mg/kg 3 x pd
- fles 30 ml (+ spuit van 1,5 ml), 100 ml (+ spuit van 1,5 ml)
- R/
- URILIN 40 mg/ml (Dechra)
- fenylpropanolamine (hydrochloride): 40,29 mg/ml
- siroop po
- Posologie:
- Ca: 0,8 mg/kg 3 x pd
- fles 45 ml, 100 ml
- R/

Oestriol
Indicaties
Behandeling van hormoonafhankelijke urine-incontinentie bij geovariëctomiseerde teefjes.
Farmacodynamie
Ondanks een zelfde cellulair werkingsmechanisme en receptoraffiniteit bezit oestriol een kortere werkingsduur dan oestradiol. Dit is een gevolg van een snellere dissociatie van de receptoren en een snellere eliminatie van oestriol uit het lichaam. Oestriol is een kortwerkend, maar geen zwak oestrogeen. Dit zou een verklaring kunnen zijn voor de afwezigheid van uterotrope effecten. Binding van oestriol met de oestrogeenreceptoren in de distale gedeelten van het urogenitaal stelsel verbetert de sluitingsdruk van de urethra en verhoogt de blaascapaciteit.
Farmacokinetiek
Bij de hond wordt oestriol na orale toediening snel geresorbeerd. De maximale plasmaconcentratie wordt reeds na 1 uur bereikt. Bij herhaaldelijke toediening treedt snel een steady state op. Accumulatie vindt niet plaats. Grote individuele verschillen in Cmax en AUC verklaren waarom de dosering van oestriol voor elk dier afzonderlijk zal moeten worden bepaald. De eliminatie gebeurt snel en voornamelijk via de nieren.
Bijwerkingen
Vooral bij hogere doseringen kunnen de volgende, reversiebele, bijwerkingen voorkomen: gezwollen vulva, gezwollen melkklieren en/of aantrekkelijkheid voor reuen, en braken. In zeldzame gevallen kan vaginaal bloedverlies optreden. De bijwerkingen verdwijnen na het verlagen van de dosis. Oestriol vertoont niet de typische bijwerkingen van andere oestrogenen zoals beenmergsuppressie of inductie van pyometra. Hoge dosissen oestrogenen kunnen leiden tot neoplasieën in de doelorganen die oestrogeenreceptoren bezitten zoals de melkklieren. Oestriol bezit in vergelijking met 17-beta-oestradiol echter geen of een zeer geringe carcinogeniciteit.
Contra-indicaties
De toediening aan niet geovariëctomiseerde dieren of aan dieren met polyurie/polydipsie-syndroom.
Dracht en lactatie
De onderstaande specialiteit is uitsluitend geïndiceerd voor de behandeling van geovariohysterectomiseerde teven.
- INCURIN (Intervet) - Bijsluiter via EMA -
- oestriol: 1 mg
- tablet po
- Posologie:
- Ca: 1 tablet/dier pd (dosis nadien aanpassen)
- tabl 30
- R/
